a. Nieuwsgierig leren
Leerlingen moeten gretig worden om iets te leren. Er moet een permanente wil tot ontwikkelen worden aangeleerd.
Ze moeten bovendien later, als ze van school zijn, in staat zijn zelf te leren. Ze moeten zich dan zelfstandig kennis en vaardigheden kunnen bijbrengen. Daardoor zijn ze echt onafhankelijk.
b. Breed lerenKennis is de kern van het onderwijs, maar om die kennis te kunnen beoordelen, te kunnen gebruiken, zijn er ook vaardigheden noodzakelijk. Een studiehouding bijvoorbeeld, sociaal gedrag. Kinderen moeten leren ordenen en leren beoordelen. Samenwerken is belangrijk.
c. Kritisch lerenTenslotte moeten leerlingen leren kritisch te staan tegenover informatie, tegenover de maatschapij. Ze moeten leren niet alles klakkeloos aan en over te nemen. Ze moeten leren inzien dat onze maatschappij bij lange na niet de best mogelijke is. Leerlingen moeten met een flexibele opstelling verantwoord keuzes kunnen maken in steeds wisselende situaties.